Beursgenoteerde indexfondsen 

Beleggen in beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde indexfondsen?

Er zijn twee soorten indexfondsen: de gewone, niet-beursgenoteerde indexfondsen en de beursgenoteerde indexfondsen. Een beursnotering heeft als voordeel dat u de hele dag kunt handelen. U kunt dus op elk moment van de dag aan- en verkopen.

Beursgenoteerde indexfondsen zijn vooral ontwikkeld voor (zeer) actieve beleggers die snel en gemakkelijk willen inspelen op actuele trends op de allerlei financiële markten. Alleen al op NYSE Euronext zijn meer dan 300 verschillende indexfondsen genoteerd. De meeste volgen smalle, gespecialiseerde indexen van landen, bedrijfssectoren en thema’s.

Passieve beleggers kunnen beter beleggen in gewone, niet-beursgenoteerde indexfondsen. Die hebben een heel brede spreiding en in het algemeen lagere kosten dan beursgenoteerde indexfondsen (geen op- of afslag, geen bewaarloon). De op- of afslag is een toeslag of korting op de actuele koers, waardoor u meestal meer dan de werkelijke waarde betaalt bij aankoop en minder dan de werkelijke waarde ontvangt bij verkoop. Beursgenoteerde indexfondsen houdt u aan via een effectenrekening bij een bank of vermogensbeheerder. Hierop wordt bewaarloon in rekening gebracht. Veelal is dit bewaarloon 0,1% tot 0,2% van het vermogen per jaar. Belegt u in indexfondsen met jaarlijkse kosten van 0,5% per jaar dan is het bewaarloon een substantiële extra kostenpost. Belegt u in gewone, niet-beursgenoteerde indexfondsen dan betaalt u geen bewaarloon.

Beursgenoteerde indexfondsen schaf je gemakkelijk aan. En daarom doe je ze ook gemakkelijk van de hand. Ze zijn gemakkelijk te kopen en te verkopen en weer te kopen en te verkopen en weer…Ze zijn daarom minder geschikt voor lange termijn beleggers.

Maandelijks beleggen

Er is een tweede, in bepaalde gevallen veel belangrijker voordeel van gewone, niet-beursgenoteerde indexfondsen ten opzichte van beursgenoteerde ‘trackers’. In gewone indexfondsen kunt u meestal maandelijks kleine bedragen beleggen. Dat kan niet in beursgenoteerde trackers. Via de beurs kunt u immers geen fracties van aandelen kopen, wat noodzakelijk is als u maandelijks een klein bedrag (bijvoorbeeld 100 euro) wilt beleggen. In gewone indexfondsen kunt u wel fracties van aandelen kopen en dus maandelijks beleggen.

Meer verschillen

Bij het kiezen tussen gewone, niet-beursgenoteerde indexfondsen en trackers, ook wel ETF’s genoemd (Exchange Traded Funds), gaat het niet alleen om de voor- en nadelen van een beursnotering, het kostenniveau of de mogelijkheid van periodiek beleggen. Meer zaken spelen een rol. In volgorde van afnemend belang zijn dat onder andere:

1. Welke index wordt gevolgd? Zoek indexfondsen die een breed gespreide index volgen omdat die meestal beter presteren dan een smalle index van dezelfde markt. Zo is de MSCI Europe een veel bredere index (circa 600 aandelen) dan de EuroStoxx 50 (slechts 50 aandelen) en de Amerikaanse S&P 500 (500 aandelen) veel breder dan de Dow Jones Industrial Average (30 aandelen).
2. Is het dividend voor u of de beheerder? Er zijn indexfondsen die het dividend niet aan de beleggers doorgeven. Dit scheelt vaak 2% tot 3% rendement per jaar.
3. Wat zijn de jaarlijkse kosten? Hoe lager, hoe beter.
4. Wat gebeurt er met de inkomsten die worden gegenereerd met het uitlenen van effecten? Niet alle indexfondsen laten deze opbrengst ten goede komen van de belegger.
5. Wat betaalt u bij aan- en verkoop?

Voor een goede keuze is het antwoord op deze vragen meestal belangrijker dan de afweging tussen de voor- en nadelen van een beursnotering.

Actief beleggen met beursgenoteerde indexfondsen

Beursgenoteerde indexfondsen (ETF's, 'trackers') worden veel gebruikt door actieve beleggers. Ze zijn eenvoudig te verhandelen op de beurs. Onderzoek door John Bogle wijst uit dat het verlies dat actieve beleggers maken door frequent te handelen in beursgenoteerde indexfondsen aanzienlijk is. 

'So we have evidence—strong evidence—that exchange-traded funds, because of the timing that goes on in them, are not acting in the best interest of investors. Or, that investors are not acting in their own best interests, which may be a better way to put it.'